Rumphius, de blinde ziener van Ambon.

Wisseltentoonstelling

Rumphius (1628-1702) was een van oorsprong Duitse VOC-koopman die op Ambon, een van de zuidelijkste eilanden van de Molukken, gestationeerd was.
Alle vrije tijd die zijn ambt hem toeliet, besteedde hij aan het onderzoeken en beschrijven van de Ambonese natuur.

In dat werk kreeg hij een onwaarschijnlijke reeks tegenslagen te verwerken. Zo werd hij op 42-jarige leeftijd blind. Dit leverde hem de bijnaam `De blinde ziener van Ambon’ op. Met de hulp van schrijvers en tekenaars en met zijn buitengewoon goed ontwikkelde geheugen, zijn kennis van vele talen en zijn tastzin, wist Rumphius deze ramp het hoofd te bieden.
Vier jaar later kwamen bij een aardbeving zijn vrouw en twee dochters om het leven. In de jaren daarna kreeg hij ook nog eens te maken met brand, diefstal en gedwongen verkoop van zijn naturaliënverzameling. Dit waren stuk voor stuk gebeurtenissen die ernstig vertragend werkten op zijn levenswerk.

“Amboinsche Rariteitkamer”
Dit manuscript stelde Rumphius aan het eind van zijn leven samen, met materiaal dat hij gedurende vele jaren verspreid had opgeschreven en getekend. Het beschrijft het leven in de zee rond Ambon en de geologie van het eiland.
Rumphius was de eerste deskundige van tropische schelpdieren die de levende dieren in hun omgeving beschreef.


De “Amboinsche Rariteitkamer” werd voor het eerst gedrukt in 1705. Het boek is geïllustreerd met prachtige gravures. Het is verdeeld in drie secties:
1. ‘Schaalvissen, te weete raare krabben, kreeften en diergelijke zeedieren’
2.‘Hoorntjes en Schulpen, die men in D’Amboinsche Zee vindt’.
3. Mineraalen, gesteenten en soorten van Aarde, die in D’Amboinsche en omliggende Eilanden gevonden wrden’
.

Met de titel “Amboinsche Rariteitkamer” wilde Rumphius inspelen op de enorme rage die er in Nederland in de 17de en 18de eeuw heerste om rariteitenkabinetten in te richten. Dit waren verzamelingen van bijzondere natuurlijke voorwerpen uit overzeese gebieden zoals schelpen, opgezette vogels, vlinders en kruiden. De eigenaren van deze kabinetten waren meestal rijke particulieren die contacten met de VOC onderhielden. Om zijn boek ook voor deze leken leesbaar te maken, schreef Rumphius het niet in het Latijn – de voor wetenschappelijke publicaties gangbare taal in die dagen – maar in het Nederlands.

In de tentoonstelling is een exemplaar van de “Amboinsche Rariteitkamer” te zien. Voorbeelden van de schitterende gravures met de bijbehorende schelpen en dieren uit de zeebiologische collectie maken het geheel compleet.
Te zien vanaf woensdag 10 april in de gang van Muzee Scheveningen.